SURINAME ZAL VERANTWOORDELIJK MOETEN OMGAAN MET AANSTAANDE INKOMSTEN OFFSHORE
Met de recente aankondiging van oliemaatschappij TotalEnergies dat de eerste olieproductie op zee uiterlijk in 2028 kan beginnen, is Suriname officieel in het vizier gekomen van wat bekend staat als de “Dutch Disease” en nieuwe vormen van corruptie.
Deze ontwikkeling brengt zowel kansen als uitdagingen met zich mee, en het zal sterk en integer leiderschap vereisen om het potentieel van de olie-industrie te benutten en de gevaren ervan te beheersen.
Staatsolie-directeur Annand Jagesar erkent de zegen die de ontdekking van grote oliereservoirs voor Suriname met zich meebrengt. Hij benadrukt echter ook de noodzaak van verantwoordelijk beheer van de verwachte inkomsten, die naar schatting tussen de 16 en 26 miljard USD kunnen bedragen gedurende de komende 20 jaar, op basis van de huidige bewezen reserves van 700 miljoen vaten in 2 reservoirs die in productie worden gebracht.
De ontwikkeling van deze twee olievelden zal plaatsvinden tussen 2025 en 2028, wat betekent dat de volgende regering belast zal worden met het beheer en de distributie van deze aanzienlijke inkomsten. Hierdoor zal de strijd om politieke macht in de aanloop naar de verkiezingen van 2025 in het teken staat van wie deze verantwoordelijkheid op zich mag dragen.
Dit kan leiden tot het scenario waarbij kapitaalkrachtige individuen via politieke connecties projecten proberen te verwerven, met als gevolg dat welvaart geconcentreerd blijft bij de gevestigde orde, terwijl kleine en opkomende ondernemingen achterblijven.
Dit fenomeen is helaas al zichtbaar in andere ontwikkelingslanden met grote olievelden. Daarnaast is ook de “Dutch Disease” een dreigende realiteit voor Suriname. Dit houdt in dat de economie sterk afhankelijk is van natuurlijke hulpbronnen, zoals olie, goud en bauxiet, ten koste van de ontwikkeling van andere sectoren.
Jagesar benadrukt dat de olie-inkomsten een kans bieden om armoede in Suriname te bestrijden en andere duurzame en hernieuwbare sectoren te stimuleren. Hij waarschuwt dat als er nattevingerwerk wordt gedaan, Suriname in een nog diepere economische crisis kan belanden dan voor de ontdekking van de olievelden op zee. “Dit betekent dat met goed beleid er geen armoede meer kan bestaan in Suriname. Maar net als landen als Nigeria en Venezuela moeten we over 30 jaar vooruitkijken. Want als niemand meer vist, niemand meer plant en niemand meer wil werken, zullen we na 30 jaar in armoede vervallen.”
UNITEDNEWS

