UNIEKE VONDST IN ERASMUS MC: ANTILICHAAM TEGEN CORONA
Een wereldprimeur van het Erasmus MC en de Universiteit Utrecht: zij vonden een antilichaam tegen COVID-19. De wetenschappelijke publicatie van de groep van tien wetenschappers ligt voor beoordeling klaar bij het toonaangevende vaktijdschrift Nature.
Geloof het of niet: op de tiende verdieping van het Erasmus MC lag het al even in de ijskast: hét antilichaam dat de infectie van SARS1 en SARS2 blokkeert. Met andere woorden, een allereerste antilichaam tegen het coronavirus. Hoogleraar celbiologie Frank Grosveld (71) blijft er koeltjes onder: “voor springen op tafels ben ik te oud.”
Sinds donderdagavond staat het artikel van een team van tien wetenschappers, waar Grosveld deel van uit maakt, online op BioRxiv – een website waarop biologen hun onderzoek kunnen publiceren voordat het beoordeeld is door een vaktijdschrift. De samenvatting rept over een antilichaam tegen SARS2, het coronavirus dat de huidige pandemie veroorzaakt (COVID-19). Het antilichaam kan helpen bij de opsporing en preventie van van deze vorm van corona-infectie. Het werkzame antilichaam is een wereldprimeur.

Disclaimer: het antilichaam moet nog op mensen getest worden (dat duurt nog maanden) en het artikel ligt nog bij vakgenoten ter beoordeling, voordat het toonaangevende vaktijdschrift Nature het publiceert. Maar Grosveld is hoopvol: “we verwachten elk moment een e-mail”, zegt de Spinozaprijs-winnaar in zijn lab op de tiende verdieping van Ee-gebouw van het Erasmus MC.
Hoe vonden jullie dat?
“Zo’n vijftien jaar geleden startte ik een hobbyproject om te kijken of wij menselijke antilichamen (eiwitten aangemaakt als reactie op antigenen zoals virussen, red.) konden maken in muizen. Dat lukte en leidde uiteindelijk tot de oprichting van een ErasmusMC bedrijf: Harbour Antibodies BV. Inmiddels hebben we vestigingen in Shanghai, Boston en Rotterdam waar de innovatietak zit. Zij ontwikkelen voornamelijk antilichamen om tumoren te genezen.”
Wat zijn vervolgstappen en wat kunnen we hiermee?
“We proberen nu een farmaceut aan boord te krijgen – dat ziet er overigens goed uit – die het antilichaam op grote schaal kan produceren als medicijn. Voordat het op de markt kan, moet het antilichaam door een uitgebreide ontwikkelingsfase en op toxologische eigenschappen worden getest. Dat proces gaat nu lopen. Ook willen we het antilichaam, naast de ontwikkeling als medicijn, gebruiken om een diagnostische test op te zetten: eentje die iedereen gewoon thuis kan doen zodat mensen makkelijk weten of ze een infectie hebben of niet.”
U heeft dus nu dé oplossing in handen?
“Als je dit als patiënt zou nemen dan is de verwachting – en dat is nog maar een verwachting – dat de infectie in de patiënt gestopt kan worden. En de patiënt dus de kans krijgt om te herstellen. Maar voorkomen is natuurlijk beter dan genezen: een echte oplossing is daarom een vaccin, daar werken anderen aan. Een vaccin ontwikkelen duurt echter al gauw twee jaar. Het medicijn van ons is er, als het allemaal werkt, eerder. Alleen dat is dan weer duurder om te produceren.
“Een vaccin bestaat gewoonlijk uit een eiwit dat voorkomt uit een virus of een gedood virus. Als je daar een klein beetje van bij mensen of dieren inbrengt, gaan die daar antilichamen tegen maken en dat eindigt met zogenaamde geheugencellen die onthouden wat ze eerder hebben gezien. Als het virus probeert binnen te dringen, kunnen die geheugencellen daar snel op reageren en het virus afweren. Een antilichaam werkt als als medicijn, maar de patiënt maakt het zelf niet aan. Het blijft een paar weken aanwezig als je het medicijn geeft en dat is genoeg voor herstel, maar waarschijnlijk niet om het virus voor altijd te weren. Daarvoor is het beter als de patiënt eigen immuniteit krijgt.”
Heeft u er al veel aandacht voor gekregen?
“Nog niet zoveel. Het is nu gepubliceerd op BioRxiv, maar pas als het door de peers is goedgekeurd bij Nature is het écht – wij mogen daarom ook niet uit onszelf naar de pers stappen. Maar als zij ons vragen stellen mogen we die wel beantwoorden. De goedkeuring komt hopelijk binnen een paar dagen en dan stuurt Nature ook een persbericht uit. Je ziet dat de publicatie op BioRxiv al wel wat losmaakt bij vakgenoten op Twitter en LinkedIn. Gisteren heb ik al een record aan e-mails en WhatsApps binnengekregen.”
Gaat u financieel binnenlopen met deze vondst?
Lacht. “Dat zie je verkeerd, dit is geen goede businesscase. De kans is aanwezig dat het virus over een maand of twee weg is. Dan heb je als farmaceutische bedrijf een productie gedraaid van miljoenen voor niets– alleen zij kunnen dit soort risico’s aan. Bij SARS I en MERS was ook paniek. Tegen de tijd dat er een vaccin en antilichamen waren, was het virus al weg.”
Gaat de test die jullie willen ontwikkelen daar een oplossing voor zijn?
“Dat zouden we graag doen en er is al een goedkope eerste test gemaakt in China maar ik weet niet hoeveel men zou kunnen produceren. Ik heb gevraagd een aantal tests op te sturen om hier uit te proberen, maar vanwege het verbod op vluchten uit China kan dat wel eens moeilijk worden. Een test maken kan sneller dan het maken van een medicijn, want zo’n test hoeft hoeft minder uitgebreid onderzocht te worden. Het wordt niet aan een patiënt toegediend en werkt zo’n beetje hetzelfde als een zwangerschapstest, alleen dan met wangslijm in plaats van urine. Hoeveel de test uiteindelijk gaat kosten weet ik ook nog niet.”
Is deze vondst geluk of wijsheid?
“Wij hebben in ons eerste onderzoek met SARS, MERS en OC43 een slimmigheid uitgehaald – voordat deze crisis uitbrak. Daarna hadden we geluk dat er antilichamen bij zitten die ook aan het nieuwe virus binden. Wij lagen daarom voor op anderen, maar er zullen ongetwijfeld, ook door ons, nog meer antilichamen tegen SARS2ontwikkeld worden.”
BRON|WERELDNIEUWS
