WAAROM SLUIT SURINAME KEER OP KEER DEALS DIE VOORAL LEIDEN TOT ECONOMISCHE ACTIVITEITEN, MAAR NIET TOT ECONOMISCHE ONTWIKKELING?

Auteur en foto: Alberto Boerleider
Wanneer de samenleving zich afvraagt waarom Suriname regelmatig overeenkomsten sluit waarvan de toegevoegde waarde voor de Staat ter discussie staat, wordt vaak gewezen naar onderhandelaars of politici. Maar het werkelijke probleem ligt dieper: het ontbreekt aan een sterk institutioneel kader.
Een moderne economie draait niet op goede bedoelingen, maar op sterke instituties. Een volwassen PPP-wet (Public-Private Partnership) zorgt ervoor dat grote projecten niet afhankelijk zijn van politieke voorkeuren of individuele onderhandelaars. Zo’n wet verplicht tot onafhankelijke haalbaarheidsstudies, risicoanalyses, transparante financieringsstructuren, markttoetsen en een objectieve beoordeling of een project daadwerkelijk het nationale belang dient.
Maar daarmee zijn we er nog niet. Er zijn minstens zeven andere wetten die van strategisch belang zijn voor de economische toekomst van Suriname.
Mijns inziens verdienen deze een grondige herziening, waarbij internationale expertise wordt betrokken naast de kennis van Surinaamse juristen. Dat kost geld, maar goede wetgeving levert op de lange termijn veel meer op dan zij kost.
De 8 wetten die prioriteit verdienen zijn: 1. De Bankwet. 2. De Petroleumwet. 3. De Investeringswet. 4. De Economic Zone-wet. 5. De Wet Duurzaam Natuurbeheer. 6. De Compatibiliteitswet, zodat een deel van de natuurlijke rijkdom structureel wordt gereserveerd voor toekomstige generaties. 7. De SITA-wet en 8 Local Content-wet.
De huidige SITA-wet functioneert vooral als een faciliteitenwet en concentreert veel bevoegdheden bij één loket. De Local Content-wet mist naar mijn mening bepalingen die bedrijven stimuleren of verplichten een deel van hun opbrengsten opnieuw lokaal te investeren, waardoor Suriname kan doorgroeien op de internationale supply chain-ladder. Of een bedrijf lokaal is of niet je moet 20-40 % terug brengen in de nationale economie.
Wanneer een dergelijk wettelijk fundament ontbreekt of onvoldoende is uitgewerkt, worden grote economische beslissingen genomen zonder een vaste methodiek. Dat vergroot het risico dat overeenkomsten worden gesloten waarbij de Staat onvoldoende onderhandelingskracht heeft of onvoldoende profiteert van de economische waarde die wordt gecreëerd. Daar komt een tweede fundamenteel probleem bij.
Suriname beschikt niet over een gespecialiseerde nationale zaken- of investeringsbank die complexe transacties kan structureren en de Staat financieel kan adviseren. Bij omvangrijke projecten staan vaak internationale investeringsbanken aan de zijde van private investeerders. De vraag is dan: wie vertegenwoordigt uitsluitend het financiële belang van Suriname? Daarnaast ontbreekt een nationaal handels- en settlementplatform waarop strategische grondstoffen, energieproducten en andere economische activa efficiënt kunnen worden verhandeld en financieel afgehandeld. Daardoor vinden belangrijke onderdelen van de waardeketen zoals financiering, prijsvorming, handel en settlement grotendeels buiten Suriname plaats. Niet alleen grondstoffen verlaten het land, maar ook een aanzienlijk deel van de toegevoegde economische waarde. Het gevolg is zichtbaar. Suriname exporteert natuurlijke rijkdommen, terwijl een groot deel van de financiële en economische meerwaarde elders wordt gerealiseerd.
De discussie zou daarom niet alleen moeten gaan over afzonderlijke contracten of individuele projecten. De kernvraag is of de institutionele randvoorwaarden aanwezig zijn om als land structureel betere overeenkomsten te sluiten. Een sterke PPP-wet, een professionele investerings- of zakenbank en een modern nationaal handelsplatform zijn geen luxe. Het zijn instrumenten waarmee landen hun onderhandelingspositie versterken, investeringen beter structureren en een groter deel van de economische waarde binnen de eigen economie houden. Zolang deze bouwstenen ontbreken, blijft het risico bestaan dat Suriname vooral economische activiteiten aantrekt, maar onvoldoende economische ontwikkeling realiseert.
Waarschuwing ‼️
De hierboven genoemde wetten vormen naar mijn overtuiging een minimale basis om de beloofde economische groei daadwerkelijk te vertalen naar brede welvaart. Worden deze wetten niet inhoudelijk versterkt, dan verwacht ik dat de bevolking vooral economische activiteiten zal zien, maar veel minder economische ontwikkeling zal ervaren.
Economische activiteiten zijn hotels, kantoren, dienstverlening en afzonderlijke projecten.
Economische ontwikkeling betekent daarentegen productiviteit, industrialisatie, kennisoverdracht, innovatie, lokale productie, exportgroei, sterke instituties en duurzame welvaartsgroei.
Laat u daarom niet uitsluitend overtuigen door percentages of verwachtingen over toekomstige belastinginkomsten. De uiteindelijke bijdrage aan de staatskas hangt af van de wijze waarop transacties zijn gestructureerd, waar waarde wordt toegevoegd en welke fiscale afspraken in de verschillende waardeketens gelden. Juist daarom zijn sterke wetgeving en krachtige instituties van doorslaggevend belang.
De lessen uit sectoren als goud, bauxiet, hout en olie & gas laten zien hoe belangrijk het is om niet alleen de winning van grondstoffen te organiseren, maar ook de economische waarde die daaruit voortvloeit zoveel mogelijk in Suriname te verankeren.
Ik wens Suriname het allerbeste. 🇸🇷

Maar men draait in cirkels en men durft niet eruit te stappen. Ik zie het somber in maar er is hoop als iemand dit op wilt pakken.

ANALYSE
Facebook Comments Box