BEE ONDERZOEKT POLITIEKE DRAAGVLAK GRONDENRECHTENWET
Parlementsvoorzitter Marinus Bee zal de komende dagen onderzoeken of er in het parlement wel politieke draagvlak is voor de wet Collectieve rechten van inheemsen en tribale volkeren, de grondenrechtenwet.
De openbare behandeling van de conceptwet is gisteren niet doorgegaan omdat slechts 20 assembleeleden de presentielijst hadden getekend, zes te min om rechtsgeldig te kunnen vergaderen. Bee was daardoor genoodzaakt de bijeenkomst af te blazen nadat de griffier de namen van de leden die getekend hadden waren afgeroepen. Zowel oppositie- als coalitie leden hadden getekend. Naast vicepresident Brunswijk waren ook enkele ministers aanwezig tijdens de bijeenkomst.
Bee merkte op dat de wet enorm belangrijk is en hij het ontwerp daarom weer op de agenda plaatst voor dinsdag aanstaande. Er is lang gedaan over de voorbereiding om uiteindelijk te komen bij de behandeling in het parlement, zei de voorzitter, maar nu de behandeling moet plaatsvinden, wordt er geen quorum verleend. De voorzitter stelde te zullen nagaan of er wel voldoende politieke draagvlak is voor de wet. Hij gaf aan dat het een politiek vraagstuk is en dat hij met de regering zal afstemmen hoe verder.
De voorbereiding van de grondenrechtenwet duurt al een aantal jaren en deze kwestie is na de gewelddadigheden van vorige week dinsdag in het Pikin Sarongebied nog dringender geworden. De inheemsen zijn het meer dan zat dat in hun woon- en leefgebieden hout- en goudconcessies worden uitgegeven zonder hun medeweten of instemming. Geëist wordt dat het Kaliña en Lokono-vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens door de regering wordt uitgevoerd. Eerder was ook het Saamaka-vonnis ten gunste van de aanklagers van de staat uitgesproken.
Bij deze vonnissen is Suriname veroordeeld om de collectieve rechten van inheemsen en in tribaal verband levende groepen bij wet te erkennen en hun woon-en leefgebied bij wet vast te stellen.
Voorts is de regering opgedragen zich te houden aan het principe van inspraak, het zogenaamde free and prior informed consent-principe, waarbij de overheid gehouden is in overleg met belanghebbende groepen in overleg te treden voordat concessies in hun leefomgeving worden uitgegeven. Opeenvolgende regeringen hebben de vonnissen van het Amerikaans mensenrechten hof niet volledig uitgevoerd. De regering-Santokhi had beloofd deze zaken in orde te zullen maken. Tot nu toe is dat niet gebeurd.
Sinds de gebeurtenissen van vorige week dringt oppositiepartij NDP aan op bescherming van de woon- en leefomgeving van inheemsen. Geëist wordt dat alle gronden in die gebieden onmiddellijk worden ingetrokken door de regering omdat deze volgens de NDP-fractie niet volgens de vigerende wetten zijn uitgegeven. Overigens een groot deel van deze concessies zijn uitgegeven in de periode 2010-2020 toen de NDP de dienst uitmaakte in de regering. De fractie vindt ook dat meer tijd voor de behandeling van de wet nodig is en zal weer in overleg moeten worden getreden met alle betrokkenen.
De fractie wijst ook op de voornoemde vonnissen en zegt dat de regering-Bouterse al voorbereidingen had getroffen om tot uitvoering over te gaan. Zo zouden reeds consultaties hebben plaatsgevonden en is er een conceptwet gemaakt. Om uiteenlopende redenen is de wet volgens de NDP tot nu toe niet behandeld en goedgekeurd door het parlement. Volgens haar is breed draagvlak nodig voor een correcte uitvoering.
Verder wordt gesteld dat hoewel de NDP en Bep fractie een initiatiefwet hadden ingediend, de regering daar aan is voorbijgegaan en met een eigen ontwerpwerk is gekomen. Daarin zouden niet alle aspecten van het Kaliña- en Lokono-vonnis zijn verwerkt. Zo is er onder andere, geen rekening gehouden met het demarcatiegebied van deze volkeren, meent de NDP.
“Het is voor ons onbegrijpelijk dat het parlement er toch voor kiest om het onvolledige wetsvoorstel van de regering in behandeling te nemen. Vanwege de tekortkomingen in het wetsvoorstel van de regering hebben enkele coalitieleden van de commissie van rapporteurs van bedoeld wetsvoorstel al gauw een lijvig amendement moeten indienen, met drastische aanpassingen aan het oorspronkelijk regeringsconcept”, wordt gesteld.
Verder wordt aangevoerd dat dit amendement nimmer is besproken met de relevante actoren. Ook zijn de inheemsen en tribale volkeren niet betrokken. Daarom vindt de partij dat er meer tijd moet worden uitgetrokken voor de voorbereiding en behandeling. De wet moet, aldus de fractie resulteren in rechtszekerheid en rechtsbescherming voor de inheemse en tribale volken.
De commissie van rapporteurs moet volgens de NDP-fractieleden de mogelijkheid en ruimte krijgen om alle ten dienste staande middelen te gebruiken om op de juiste manier invulling te helpen geven aan de uitvoering van het vonnis. Volgens de NDP is de huidige sfeer ook te gepolariseerd en gespannen om de wet te behandelen.
UNITEDNEWS
